Biologie hoofst. 3: Genetica

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/48

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

49 Terms

1
New cards
gen
een deel van een chromosoom dat de informatie bevat voor een of meer erfelijke eigenschappen of een deel van een erfelijke eigenschap
2
New cards
intermediair
fenotype waarbij beide allelen van een als mengvorm tot uiting komen
3
New cards
X-chromosoom
geslachtschromosoom, grootste van de geslachtschromosomen
4
New cards
DNA-sequentie
specifieke volgorde van de stikstofbasen
5
New cards
kruisingsvraagstuk
een vraagstuk over de overerving van eigenschappen bij een kruising tussen twee organismen, waarbij de uitkomst kan bestaan uit een verhouding tussen fenotypen of genotypen of de kans op een bepaald fenotype of genotype
6
New cards
aangeboren afwijking
aandoening of ziekte die in de baarmoeder ontstaat
7
New cards
letale factor
allel dat in homozygote toestand geen levensvatbare cel of individu oplevert
8
New cards
genotype
de informatie voor alle erfelijke eigenschappen van een individu
9
New cards
allel
verschillende varianten van een gen voor een bepaalde eigenschap in homologe chromosomen
10
New cards
homologe chromosomen
chromosomen van een paar die gelijk van vorm en lengte zijn
11
New cards
epigenetica
wetenschap die het mechanisme bestudeert dat allelen aan- en uitzet en de invloed van milieufactoren hierop zonder dat de DNA-sequentie van het gen wordt gewijzigd
12
New cards
monohybride kruising
kruising waarbij je let op de overerving van Ă©Ă©n eigenschap waarbij slechts Ă©Ă©n genenpaar betrokken is
13
New cards
heterozygoot
het genenpaar voor een eigenschap bestaat uit twee ongelijke allelen
14
New cards
genetische variatie
verscheidenheid in genotypen binnen een soort
15
New cards
X-chromosomaal
genen die alleen in het X-chromosoom voorkomen
16
New cards
recessief allel
allel dat alleen tot uiting komt in het fenotype als er geen dominant gen aanwezig is
17
New cards
genetica
erfelijkheidsleer
18
New cards
erfelijke ziekte
aandoening die genetisch via de ouders wordt doorgegeven
19
New cards
karyogram
rangschikking van chromosomen naar grootte en in paren in een cel, ook wel karyotype of chromosomenportret
20
New cards
recombinatie
ontstaan van genetische variatie (nieuwe combinaties van allelen) door meiose en geslachtelijke voortplanting
21
New cards
fenotype
alle waarneembare eigenschappen van een individu
22
New cards
mitochondriaal DNA
DNA dat in mitochondriën zit en alleen via eicellen overerft naar een volgende generatie
23
New cards
onafhankelijke overerving
overerving waarbij de twee genenparen in verschillende chromosomenparen liggen
24
New cards
inactivatie
als genen uitstaan en erfelijke eigenschappen niet tot uiting komen
25
New cards
autosomen
chromosomen die chromosomenparen vormen, dus geen geslachtschromosomen
26
New cards
gekoppelde genen
genen die in hetzelfde chromosomenpaar liggen
27
New cards
Y-chromosoom
geslachtschromosoom, kleinste van de geslachtschromosomen, alleen bij mannen aanwezig
28
New cards
modificatie
verandering van het fenotype
29
New cards
kruisingsschema
een schematisch overzicht van een kruising tussen twee organismen, waarin de allelen van de eicellen en zaadcellen en de mogelijke genotypen van de nakomelingen staan
30
New cards
homozygoot
het genenpaar voor een eigenschap bestaat uit twee gelijke allelen
31
New cards
geslachtschromosomen
chromosomen die het geslacht bepalen; bij een vrouw gelijk in lengte en vorm en bij een man ongelijk in lengte en vorm
32
New cards
codominantie
fenotype waarbij beide allelen volledig tot uiting komen
33
New cards
nature-nurturediscussie
discussie over de mate van invloed van genotype (nature) en milieu (nurture) op een organisme
34
New cards
chromosomenportret
rangschikking van chromosomen naar grootte en in paren in een cel, ook wel karyogram of karyotype
35
New cards
testkruising
kruising waarbij je uit de F1 kunt afleiden of een individu homozygoot of heterozygoot is voor een bepaalde eigenschap, je kruist hiervoor een individu met een homozygoot recessief individu
36
New cards
genexpressie
het aanzetten en tot uiting komen van erfelijke eigenschappen
37
New cards
karyotype
rangschikking van chromosomen naar grootte en in paren in een cel, ook wel karyogram of chromosomenportret
38
New cards
basenparing
vaste stikstofbasen van de twee DNA-ketens zijn met elkaar verbonden: adenine is met thymine en cystosine met guanine
39
New cards
dominant allel
allel dat altijd tot uiting komt in het fenotype
40
New cards
multipele allelen
voor Ă©Ă©n erfelijke eigenschap bestaan drie of meer verschillende allelen
41
New cards
genoom
alle DNA-moleculen in een cel
42
New cards
nucleotiden
bouwstenen van DNA: een fosfaatgroep, desoxyribose en een stikstofbase
43
New cards
onvolledig dominant allel
recessieve allel komt beetje tot uiting in het fenotype bij een heterozygoot organisme
44
New cards
gekoppelde overerving
overerving waarbij de twee genenparen in hetzelfde chromosomenpaar liggen
45
New cards
stamboom
een schematische weergave van erfelijke familiegegevens
46
New cards
genenpaar
in lichaamscellen komen genen in paren voor
47
New cards
milieufactoren
factoren vanuit de omgeving die het fenotype beĂŻnvloeden, bijvoorbeeld licht, temperatuur en opvoeding
48
New cards
locus
plaats van een gen in het chromosoom
49
New cards
draagster
een vrouw die heterozygoot is voor een X-chromosomale recessieve eigenschap